Probleem op deze pagina?

Project: Gestandaardiseerde productiesoftware op maat van elk bedrijf: Een objectieve analyse- en verantwoordingsmethode

TETRA: Technologie-transfer gerichte projecten door instellingen van hoger onderwijs
01/10/2009
30/11/2011

Het project wil de typische drempels voor de adoptie van productiesoftware als nieuwe technologie verlagen. Daarbij is het bovendien de bedoeling om komaf te maken met de vele onduidelijkheden en misvattingen die rond dit thema circuleren. Onderstaande projectdoelstellingen worden vooropgesteld:

1. Algemene kennisopbouw en –diffusie omtrent de verschillende vormen van productiesoftware en hun respectievelijke toepassingsmogelijkheden. Het gebrek aan kennis bij voornamelijk eindgebruikers, maar ook automatiseringsbedrijven en integrators moet eerst aangepakt worden. Als niet bekend is wat de term precies inhoudt, is een overweging tot adoptie totaal niet aan de orde. Op basis van de structuur, functionaliteiten en informatiestromen voor integratie - beschreven in de verschillende standaarden – kan hiervan een overzicht gegeven worden. Praktische voorbeelden (case studies) van reeds uitgevoerde integratieprojecten kunnen hierbij illustratief werken. De opgebouwde kennis wordt verspreid naar de gebruikerscommissie en nadien ook naar de volledige projectdoelgroep via presentaties, cursusmateriaal, workshops, bedrijfsbezoeken en studiedagen.

2. Het opstellen van een analysemethode voor het opmaken van een vereistendefinitie op maat van KMO’s. Deze analysemethode bouwt verder op de algemene kennisopbouw. Het biedt de bedrijven een standaard methode aan om op basis van hun specifieke bedrijfssituatie een huidige (AS IS) en een toekomstige situatie (TO BE) uit te werken. Daarbij is de schaalbaarheid van productiesoftware (de beperkte selectie van bruikbare functionaliteiten) en de nodige integratie met bestaande bedrijfssystemen voor een specifieke bedrijfscase cruciaal. Dit moet elk bedrijf in staat stellen om zelfstandig een eerste idee uit te werken van de nuttige invulling die productiesoftware kan bieden. Bovendien zullen binnen deze methodiek alle betrokken partijen rond de tafel gebracht worden om de toekomstige situatie af te stemmen op een algemene consensus. De voorgestelde methodiek moet helpen om de expertisedrempel te verlagen en ietwat tegemoet te komen aan het gebrek aan een pasklare oplossing. De validatie gebeurt door toepassing van de methodiek op case studies bij (of aangebracht door) leden van de gebruikerscommissie.

3. Het samenbrengen van zowel IT als productiemensen binnen de gebruikerscommissie om de vereiste ondersteuning en samenwerking te kunnen onderstrepen en de probleemstellingen vanuit alle mogelijke oogpunten te kunnen aanpakken. De link tussen management en productie kan immers zowel top-down als bottom-up bekeken worden. Bedrijfsleiders en leveranciers/integratoren van administratieve bedrijfssoftware (vb. ERP) zien de productiesoftware bijvoorbeeld als een hulpmiddel om de planning door te sturen naar productie en in real-time prestatie indicatoren te laten genereren. Productieverantwoordelijken en automatiseringsbedrijven zijn meer geïnteresseerd in de real-time procesopvolgingsaspecten op het vlak van planning, kwaliteit, onderhoud, … Een voorbeeld hiervan is het dynamisch inspelen op onvoorziene omstandigheden op de productievloer, zoals machine-uitval.

4. Het opstellen van een verantwoordingsmethode voor productiesoftware. Via een soort Return On Investment (ROI) analyse kan de verwachte meerwaarde op korte termijn afgetoetst worden tegenover de investeringskosten. De productiesoftware kan – door de toegevoegde functionaliteit – een positief effect hebben op productdoorlooptijden, voorraadniveaus, kwaliteitsaspecten, productie efficiëntie, gebruiksvriendelijkheid voor de werknemers, enz. Via simulatie kan deze meerwaarde gekwantificeerd worden. Maar bovenop dit rechtstreeks voordeel, kan de productiesoftware ook strategische initiatieven (zoals Lean manufacturing, Six Sigma, Total Quality Management, …) ondersteunen. Daarom kan ook een deel van die beoogde optimalisaties toegeschreven worden aan de productiesoftware en meehelpen om de investeringskosten te verantwoorden. De validatie gebeurt opnieuw door toepassing van de methodiek op case studies bij (of aangebracht door) leden van de gebruikerscommissie. Zo kan de vroegere stap in het duister (de risico’s verbonden aan het experimenteren met de nieuwe technologieën) zoveel mogelijk vermeden worden en de illusie dat er geen betaalbare oplossing bestaat weggenomen worden.

De resultaten van het project moeten algemeen inzetbaar zijn voor de gedefinieerde doelgroep. Via de uivoering van uiteenlopende case studies kan dit gevalideerd worden. Aan de hand van feedback van de leden van de gebruikerscommissie en enquêteformulieren naar aanleiding van workshops, studiedagen, … kan het bereiken van deze projectdoelstellingen opgemeten en geëvalueerd worden.

De doelgroep voor dit project valt uiteen in twee grote groepen:

1. De eindgebruikers van productiesoftware (met specifieke maar niet beperkende focus op KMO’s) die op zoek zijn naar een verhelderende informatiebron omtrent de verschillende functionaliteiten binnen de MES laag om hun gebrek aan kennis zoveel mogelijk weg te werken. Bovendien hebben ze ook interesse in een objectieve ondersteuning bij de haalbaarheidsstudie in hun specifieke bedrijfssituatie en dit zonder verdere verplichtingen. Ze krijgen de mogelijkheid om een case study te laten doorgaan die enerzijds de bedrijfsvereisten analyseert en anderzijds een verantwoording (Return On Investment) voorziet.
2. Integrators en leveranciers van productiesoftware die geïnteresseerd zijn in de toepassingsmogelijkheden van hun diensten/producten bij KMO’s en bereid zijn om samen naar een objectieve analyse- en verantwoordingsmethode op maat van KMO’s toe te werken. Door het toespitsen op de noden van deze groep van eindgebruikers kan de populariteit van productiesoftware ook daar gevoelig toenemen.
Hierbij wordt geen beperking opgelegd naar specifieke bedrijfssector. De methodiek moet immers onafhankelijk zijn van de specifieke bedrijfssituatie, net zoals de standaarden bijvoorbeeld geldig zijn voor zowel batch, continue en discrete productieprocessen. Het is niet omdat tracking & tracing systemen door wetgeving geïntroduceerd worden binnen gereguleerde industrieën, dat er geen meerwaarde mogelijk is binnen andere sectoren.

Door de huidige economische situatie, proberen bedrijven zich te wapenen voor de toekomst door het opstarten van strategische initiatieven. Cruciaal in de ondersteuning van deze strategische initiatieven is een goede uitbouw en integratie van een tussenlaag die de connectie voorziet tussen de productievloer en de administratieve bedrijfssystemen. Het hoofddoel van deze integratie is het voorzien van een geoptimaliseerde productieaansturing gebaseerd op real-time procesinformatie. Deze link wordt het Manufacturing Execution System (MES) genoemd. Een term die alle mogelijke productiesoftware tussen management en productie omvat. Een goede uitbouw en integratie van deze laag binnen het bedrijf leidt tot een efficiëntere bedrijfsvoering.
Haaks tegenover de opportuniteit die productiesoftware biedt, staat het probleem dat dergelijke software te kampen heeft met heel wat onduidelijkheden, groeipijnen en drempels, in het bijzonder voor KMO’s. Er zijn een aantal vaste drempels voor de invoering van nieuwe of vernieuwende technologieën: gebrek aan kennis, gebrek aan expertise, gebrek aan een pasklare oplossing, geen ademruimte voor experimenten door een hoge productiviteitsdruk en een indruk dat de technologie niet betaalbaar is. Op basis van deze redenen kan een nieuwe technologie met uitstekende toepassingsmogelijkheden, onterecht afgevoerd of genegeerd worden. Veel (vooral kleinere) bedrijven houden er als gevolg van die drempels ook een aantal misvattingen op na. Dergelijke productiesoftware zou enkel bedoeld zijn voor grotere bedrijven. Dat is helemaal niet het geval. Elk bedrijf, groot of klein, kan wel ergens een bouwblok gebruiken vanuit de MES bouwdoos. De combinatie van minimale investering en maximale return moet opgezocht worden.
Dit project wil de technologiedrempel verlagen door in eerste instantie via kennisopbouw en –diffusie duidelijkheid te creëren in het woelige landschap van productiesoftware. Ten tweede worden de MES standaarden (MESA, ISA 95, …) gebruikt als basis voor de analyse van de bedrijfsvereisten. Er wordt een methode ontwikkeld die onafhankelijk is van de beschikbare productiesoftware, zodanig dat een objectief resultaat verkregen wordt. Tenslotte wordt een verantwoordingsmethode opgesteld die een duidelijker beeld moet geven van de mogelijke meerwaarde bij een specifieke bedrijfssituatie. De doelgroep voor dit project valt uiteen in twee grote groepen. Enerzijds zijn er de eindgebruikers van productiesoftware (met specifieke maar niet beperkende focus op KMO’s) die op zoek zijn naar een verhelderende informatiebron omtrent de verschillende functionaliteiten binnen de MES laag om zo hun gebrek aan kennis zoveel mogelijk weg te werken. Bovendien hebben ze ook interesse in een objectieve ondersteuning bij de haalbaarheidsstudie in hun specifieke bedrijfssituatie en dit zonder verdere verplichtingen. Ze krijgen de mogelijkheid om een case study te laten doorgaan die enerzijds hun bedrijfsvereisten analyseert en anderzijds een verantwoording (Return On Investment) voorziet. Anderzijds zijn er ook integrators en leveranciers van productiesoftware die geïnteresseerd zijn in de toepassingsmogelijkheden van hun diensten/producten bij KMO’s en bereid zijn om samen naar een objectieve analyse- en verantwoordingsmethode op maat van KMO’s toe te werken. Door het toespitsen op de noden van deze groep van eindgebruikers kan de populariteit van productiesoftware ook daar gevoelig toenemen. De resultaten worden doorgegeven aan de doelgroep via de uitwerking van case studies, de opbouw van testopstellingen, de organisatie van opleidingen – workshops – studiedagen, de integratie binnen het onderwijs en de ontwikkeling van een gebruiksvriendelijke elektronische tool voor het toepassen van de methodieken. Bij de eindgebruikers kunnen op basis van de resultaten eventueel verdere stappen ondernomen worden voor een effectieve selectie en implementatie van productiesoftware. Al naargelang de situatie kan dit een IWT steunprogramma voor eigen ontwikkeling of een samenwerking met een integrator/leverancier opleveren. De integrators en leveranciers kunnen tijdens en na de uitvoering van het project hun promotie-, analyse- en verantwoordingsstrategie bijsturen op basis van de projectbevindingen.

Hogeschool Gent, Universiteit Gent
Hogeschool West-Vlaanderen

Actemium-Ceratec-TASK24-Siemens-Catael-MESware-De Clercq Solutions-Dynamics-Vandewiele-Wonderware-Novotek-Egemin-Puratos-Balta-CreoniS-Logflow-Ninety-five-Control-IT-ORBID-Phoenix-Contact-De jaeger Automation-Agoria-Sirris

Johannes Cottyn
Automatisatie, Robotica, Controlesystemen, Informatietechnologie/Informatica, Procescontrole en logistiek
Henk Capoen
Bert Bellens (Werken en Leren vzw)