Probleem op deze pagina?

Project: VALRECON20

TETRA: Technologie-transfer gerichte projecten door instellingen van hoger onderwijs
01/10/2009
30/09/2011

Dit onderzoek wil aantonen dat het mogelijk is om constructief recyclagebeton te maken met hoog vervangingspercentage van de grove granulaten door puingranulaten en dit voor een bepaald ambitieniveau. In het bijzonder wordt het gebruik van 100% betonpuingranulaat 8/20 in beton met sterkteklasse C20/25 en C25/30 voor milieuklassen X0 en XC1 onderzocht.
Om het gebruik van puingranulaten op grote schaal in beton te promoten moet er aan het negatieve imago dat puingranulaten met zich meedragen iets gedaan worden teneinde het vertrouwen in recyclagebeton te versterken.

Puinverwerkende sector, beton, stortbeton, aannemers, studiebureau, overheid, bouw, recyclage

Het project bestaat uit twee belangrijke delen:
- vooreerst zal een grondige studie uitgevoerd worden betreffende de zuiverheid en intrinsieke kenmerken van de betonpuingranulaten die nu op de markt zijn. Nagegaan zal worden in hoever hun zuiverheid voldoet aan de normen voor gebruik in stortbeton. Daarop aansluitend zal het scheidings- en reinigingsproces bij de bestaande breekwerven in relatie gebracht worden met de kenmerken van het bekomen puin. Hieruit kunnen aanbevelingen volgen om de kwaliteit van het puingranulaat te verbeteren met het oog op zijn gebruik in beton.
- Vervolgens wordt nagegaan welke invloed het gebruik van gerecycleerde betonpuingranulaten op de kwaliteit van het beton hebben. Er zal daarbij aandacht zijn voor de duurzaamheid van het beton.

Hoogwaardig materiaal, en dan voornamelijk gerecycleerd betongranulaat, wordt nog vaak in laagwaardige toepassingen gebruikt. Het gebruik van gerecycleerde granulaten in beton wordt wenselijk geacht vanuit de duurzaamheids-problematiek en het streven naar het sluiten van materiaalkringlopen. Belangrijkste drijfveren hiertoe voor de puinverwerkende sector zijn het principe van ‘gelijkwaardigheid’, het creëren van ‘toegevoegde waarde’ en een strategie tegen mogelijke puinoverschotten.

Het gebruik van puingranulaat in beton vereist dat het gebrek aan vertrouwen in het puingranulaat en in recyclagebeton vanwege betonfabrikanten en organismen bezig met normalisatie, certificatie, controle, ... weggenomen wordt. Dit gebrek aan vertrouwen komt voort uit de variabele eigenschappen van de gerecycleerde granulaten, hun lagere sterkte, een mogelijk gebrek aan zuiverheid en het risico op aanwezigheid van bepaalde nadelige chemische componenten. Er is geen ‘kwaliteitsstandaard’ met eisen waartegen puingranulaat kan worden afgewogen om zijn geschiktheid als granulaat voor betonproductie aan te tonen.

Het onderzoeksproject ValReCon20, gesteund door het IWT-TETRA-fonds en de deelnemende bedrijven en organisaties, heeft als doel ‘de afzet van gerecycleerde granulaten in structureel beton voor de woningbouw te stimuleren’. Hierbij wordt als ambitieniveau de betonsterkteklassen C20/25 en C25/30, toegepast in omgevingsklassen EE1 en EE2, geviseerd met een vervangingspercentage van 100% van de primaire grove granulaten door gerecycleerde betongranulaten.

Er werd binnen ValReCon20 gestart met het in kaart brengen van de huidige kwaliteit van betongranulaat aanwezig op de markt. Vervolgens werd de stap naar betonproductie gezet, via een mengselontwerp met 100% betongranulaat 8/20. De mechanische eigenschappen van een aantal mengselsamenstellingen werden beproefd. Tot slot werd ook de duurzaamheid van deze betonmengsels onderzocht, meer bepaald de weerstand tegen carbonatatie en de vorstbestendigheid. Aanvullend werden een aantal bestaande projecten met recyclagebeton geïnventariseerd en gedocumenteerd. Hiervan werd de huidige toestand geanalyseerd.

De belangrijkste conclusie is dat het haalbaar is om beton te maken, geschikt voor sterkteklasse C25/30 in omgevingsklasse EE1 (en EE2), met 100% vervanging van de grove granulaten door betonpuingranulaten, mits in achtname van een aantal voorzorgen.

Een belangrijk gevolg van dit project is dat er een werkgroep opgericht werd onder voorzitterschap van SECO, met CRIC, COPRO, FPRG, WTCB, Fedbeton, Certipro, ... en de onderzoeksgroep RecyCon (KHBO - IW&T), die zich zal bezighouden met het uitwerken van een kader om te komen tot een gecertificeerd (Benor-) recyclagebeton C25/30.
Daarnaast zijn de stappen gezet voor de uitwerking van een WTCB-technisch rapport over het gebruik van gerecycleerde granulaten in beton. Hierin worden ook de resulaten van ValReCon20 verwerkt.

De onderzoeksresultaten en conclusies zijn gebundeld in een boek.
Bijkomend worden een aantal invalshoeken belicht door actoren uit het veld. Deze bijdragen gaan van kwaliteitsborging en het behalen van een zekere kwaliteit aangaande granulaten of beton in de praktijk over de interesse in het gebruik van gerecycleerd granulaat van een betoncentrale tot een aanzet naar de certificatie van beton met gerecycleerde granulaten.

Dit boek wordt voorgesteld tijdens de studiedag op 18/01/2012 (in het Ingenieurshuis in Antwerpen). De deelnemers ontvangen een exemplaar.

Studiedag - 18/01/2012 - Ingenieurshuis, Antwerpen

"Naar gecertificeerd Recyclagebeton? Voorstelling van de resultaten van het TETRA-project ValReCon20"

info & inschrijving: www.ie-net.be/valrecon

onderzoeksgroep RecyCon
http://recycon.khbo.be

KHBO-IW&T-afdeling bouwkunde, Lessius-Mechelen - De Nayer Instituut, WTCB
KHBO - IW&T - afdeling bouwkunde

Adams NV; Gebroeders De Rycke nv; EKP recycling, Jacobs nv; O.B.B.C. , Recycling Assistance bvba; De Brabandere Wegenbouw nv; Hegrola nv; Top-Mix nv; Verhelst Aannemingen; ABC-Beton; FPRG ; SECO; Copro; Certipro

Luc Boehme
Bouwmaterialen, Bouwmaterialen, Componenten en Methoden, Recyclage, Herwinning
Ann Van Gysel, Jan Desmyter, Jeroen Vrijders, Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende, Katholieke Universiteit Leuven, Luc Boehme, Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf
Bert Bellens (Werken en Leren vzw), Dries ANECA (ABC BETON BVBA)
http://recycon.khbo.be
Share this on