Probleem op deze pagina?

Project: A randomized multicentre trial on the effectiveness of physical rehabilitation of patients with coronary artery disease: aerobic interval trainig versus moderate continuous training

TBM: Toegepast BioMedisch Onderzoek
01/10/2010
30/08/2013

Cardiovasculaire (CV) aandoeningen vormen nog steeds de voornaamste doodsoorzaak in Europa. Vlaanderen is hierop geen uitzondering; in 2005 waren CV ziekten verantwoordelijk voor 35% van een totaal van 56.486 overlijdens. In 2004 liep de globale kostprijs van atherosclerose-gerelateerde diagnoses op tot 3.5 miljard Euro.

Regelmatige fysieke activiteit verbetert de levenskwaliteit en het inspanningsvermogen van CV patiënten en zorgt daarenboven voor significant meer overlevingskansen. De reductie in totale en CV mortaliteit, door middel van fysieke training, wordt consistent in de literatuur vermeld en bedraagt 15 tot 31%. Als verklarende mechanismen worden hiervoor de verbeterde maximale aërobe capaciteit (uithoudingsvermogen), maar ook de vastgestelde omkering van zowel coronaire als perifere endotheliale disfunctie aangehaald.
Een uitgebreid literatuuroverzicht van de Cochrane Collaboration suggereert dat fysieke training, in vergelijking met een multi-disciplinair revalidatieprogramma, vergelijkbare voordelen zou kunnen opleveren als het op mortaliteitsreductie aankomt. Uitgebreid epidemiologisch onderzoek heeft inderdaad aangetoond dat de levensverwachting, zowel voor de gezonde populatie, als voor patiënten met verhoogd CV risico of reeds ingesteld coronair ischemisch hartlijden, proportioneel toeneemt met de graad van fysieke fitheid, zelfs na correctie voor multiple CV risicofactoren.

Ondanks uitgebreide documentatie, gebaseerd op grote cross-sectionele studies en gerandomiseerde trials, blijven de ideale en meest efficiënte trainingsmodaliteit en intensiteit voor patiënten met coronarialijden, een onderwerp van controverse. De meeste trainingsprogramma’s zijn gebaseerd op aërobe of uithoudingstraining aan een matige intensiteit. Dynamische weerstandstraining wordt, zeker voor patiënten met een laag risico, progressief in dergelijke programma’s geïncorporeerd. De implementatie van aërobe training aan hoge intensiteit is tot op heden voornamelijk beperkt tot sporters. Voor coronaire patiënten zijn de aanbevelingen voor fysieke activiteit aan hoge intensiteit voorzichtig en gebaseerd op slechts enkele kleine studies. Uit een recent pilootonderzoek blijkt dat aërobe intervaltraining (AIT) aan hoge intensiteit, in vergelijking met continue training aan matige intensiteit (MCT), bij patiënten met chronisch hartfalen een significante verbetering opleverde op vlak van maximale aërobe capaciteit (maximale zuurstofopname of VO2piek), perifere endotheelfunctie en het omkeren van linker ventrikel remodelling. Diezelfde onderzoeksgroep publiceerde vergelijkbare resultaten voor patiënten met metabool syndroom, waarvan het verhoogde risico op de ontwikkeling van atherosclerotische complicaties goed gekend is. Informatie over de mogelijke voordelen van AIT voor de numeriek grootste groep van patiënten die deelneemt aan een cardiaal revalidatieprogramma (m.n. patiënten na een recent coronair event), is tot op heden niet ter beschikking.

Het primaire objectief van het huidige project is te evalueren of een fysiek trainingsprogramma gedurende 12 weken, bestaande uit gesuperviseerde sessies van AIT, in vergelijking met MCT, zal leiden tot een grotere toename in maximale aërobe capaciteit (VO2piek), en perifere evenals coronaire endotheelfunctie. Als secundaire eindpunten worden levenskwaliteit, het onderhouden van fysieke fitheid op lange termijn, en de identificatie van mechanismen die een verbeterde endotheelfunctie verklaren, bestudeerd. Om deze doestellingen te bereiken, zal een longitudinale, prospectieve, gerandomiseerde klinische studie uitgevoerd worden waarin 200 patiënten met coronarialijden in een cardiaal revalidatieprogramma worden geïncludeerd. De studie zal plaatsvinden in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en het Universitair Ziekenhuis Leuven. Patiënten zullen gerandomiseerd worden in een 1:1 verhouding.

Slechts 10-20% van alle Vlaamse geschikte kandidaten voor cardiale revalidatie zullen uiteindelijk aan een multidisciplinair programma deelnemen. Traditioneel voorziet de Vlaamse gezondheidszorg in de terugbetaling van 45 sessies, die binnen een periode van 6 maanden na het event dienen doorlopen te zijn. De identificatie van die trainingsmodaliteit en intensiteit die de grootste efficaciteit bieden op vlak van fysieke fitheid en aërobe capaciteit, zal potentieel een meer efficiënt gebruik van gelimiteerde voorzieningen toelaten. Om dit doel te bereiken, dienen verschillende barrières overschreden te worden. Een voorspoedige revalidatie, resulterend in een significante verbetering van de fysieke performantie, zal patiënten helpen in de overtuiging van de zin en het succes van fysieke activiteit. De kans dat dergelijke patiënten een gezonde levensstijl zullen aannemen en aanhouden, zal hierdoor significant verhogen. Daarenboven zal een snellere toename van fysieke capaciteit tot een meer effectieve revalidatie leiden, waardoor de tijdsduur zou kunnen verkorten. Dit schept de mogelijkheid voor patiënten om zich sneller te reïntegreren in het economische en sociale leven. Beide projectleiders en hun medewerkers zullen ernaar streven om de activiteiten en resultaten binnen het kader van dit project te verspreiden en op brede basis via de klassieke pers en het internet te rapporteren. Uiteraard zullen gezondheidsautoriteiten, de overheid, de medische wereld en patiënten ingelicht worden. Verwijzing van patiënten door gezondheidswerkers zal aangemoedigd worden via een correcte communicatie van de behaalde resultaten in peer-reviewed tijdschriften, op congressen en symposia. Tot slot zal het aantonen van een kostenefficiënte aanpak hoogst relevant zijn voor politici en beleidsmakers.

dep. revalidatiewetenschappen, cardiovascuylaire en respiratoire revalidatie - KULeuven
Labo Moleculaire en cellulaire cardiologie - UZ UA
Viviane Conraads
Viviane Conraads
Bert Bellens (Werken en Leren vzw), jaak minten (FAKKEL bvba)
Share this on