Probleem op deze pagina?

Project: Beheersing van Tuta absoluta in de Vlaamse tomatenteelt

LBO: Landbouwonderzoek
01/11/2011
31/10/2015

1. De hoofddoelstelling van het project is het ontwikkelen van een duurzame, biologisch gebaseerde beheersstrategie van T. absoluta, die toepasbaar is in de Vlaamse tomatenteelt. Het voornaamste aandeel in deze strategie bestaat uit het selecteren van bij voorkeur meer dan één natuurlijke vijand tegen T. absoluta.
2. Een volgende doelstelling is de studie van:
a. De interactie tussen T. absoluta en de geselecteerde natuurlijke vijand(en)
b. De populatiedynamica van T. absoluta en M. caliginosus
c. Het effect van chemische bestrijdingsmiddelen tegen T. absoluta op M. Caliginosus en de geselecteerde natuurlijke vijand(en)
d. De ontwikkeling van T. absoluta in onze klimaat- en teeltomstandigheden
3. Verder behoort ook de optimalisatie van een opkweekmethode voor T. absoluta en de geselecteerde natuurlijke vijand(en) tot de doelstellingen van dit onderzoeksvoorstel.
4. Daarnaast zal er een evaluatie worden gemaakt van de bestaande bestrijdingsmethoden door middel van monitoring op praktijkbedrijven.
5. Een andere, maar zeker niet minder belangrijke doelstelling, is het informeren van de doelgroep.

1. Tomatentelers
2. Teeltvoorlichting
3. Biologische bestrijdingsfirma's
4. Gewasbeschermingsindustrie
5. Veilingorganiaties

Tuta absoluta (T. absoluta) is een plaag die zich op drie jaar tijd verspreid heeft in grote delen van Europa en recent ook in Vlaanderen is opgedoken. De rupsen van deze mineermot maken mijngangen hoofdzakelijk in de bladeren van de tomatenplant, maar tasten ook de stengels, kroontjes en vruchten aan. De aangetaste tomaten zijn niet verkoopbaar en de schade aan de vegetatieve delen van de planten leidt tot kwaliteits- en productieverlaging. De praktijk leert dat T. absoluta in de tomatenteelt in Zuid-Amerika en Zuid-Europa een ware ravage kan aanrichten. Gezien de snelle en algemene verspreiding in nagenoeg alle productiegebieden van tomaat in Vlaanderen is de vrees dat de rupsen van deze mineermot ook in de Vlaamse tomatenteelt aanleiding zullen geven tot ernstige schade zeker niet ongegrond. Het biologische bedrijf waar de eerste vaststelling van T. absoluta in Vlaanderen werd gedaan heeft al tot twee maal toe zijn teelt vroegtijdig moeten ruimen, omdat het er niet in slaagde om de plaag onder controle te krijgen.
De chemische bestrijding van T. absoluta is moeilijk en niet efficiënt, enerzijds omwille van de resistentie die T. absoluta al ontwikkeld heeft tegen verschillende insecticiden, en anderzijds ook omdat een groot deel van de ontwikkeling van het insect zich afspeelt in de plant of in de bodem, waar het insect moeilijk of niet bereikbaar is voor de meeste middelen. Bovendien is deze werkwijze niet in lijn met de reguliere biologische bestrijding en de Europese richtlijnen rond duurzame teelt. Verder zijn een aantal van de T. absoluta-middelen niet compatibel met de door ons voor andere plagen gebruikte natuurlijke vijanden of zijn de neveneffecten van deze middelen niet of onvoldoende gekend.
Het is dus van het allergrootste belang dat er een efficiënt biologisch bestrijdingssysteem voor T. absoluta wordt ontwikkeld om deze plaag onder controle te houden, de opbrengstverliezen te beperken en bovendien de biologische bestrijding van de andere plagen niet in het gevaar te brengen. De hoofddoelstelling van het project is dan ook het ontwikkelen van een duurzame, biologisch gebaseerde beheersstrategie van T. absoluta, die toepasbaar is in de Vlaamse tomatenteelt.
De doelgroep die met dit projectvoorstel beoogd wordt is allereerst de telers, teeltvoorlichters en biologische bestrijdingsfirma’s, die de telers begeleiden bij het nemen van teelttechnische beslissingen. Daarnaast willen we ook een oplossing bieden voor de veilingorganisaties die de tomaten vermarkten. Een andere belangrijke doelgroep is de gewasbeschermingsindustrie. Een nieuwe efficiënte oplossing voor T. absoluta kan voor de bedrijven van natuurlijke vijanden een nieuw product betekenen dat verder kan gecommercialiseerd worden. Voor de fytofarmaceutische firma’s is het van belang dat de effectiviteit van hun middelen als correctiemiddel en de neveneffecten ervan op de in de tomatenteelt gebruikte natuurlijke vijanden voldoende gekend zijn.
Door middel van een studie van de populatiedynamica van T. absoluta en Macrolophus caliginosus (M. caliginosus) zal er in dit onderzoek inzicht verworven worden in de efficiëntie van predatie door deze roofwants. Verder zal er gezocht worden naar (een) geschikte natuurlijke vijand(en). Zowel inheemse als exotische soorten zullen hier geëvalueerd worden, waarbij de nadruk zal liggen op larveparasieten en predatoren. Deze natuurlijke vijanden zullen grondig bestudeerd worden: hun levenscyclus, hun werkzaamheid in onze klimaatsomstandigheden en hun interactiemechanismen met T. absoluta zullen in kaart worden gebracht. Aangezien de beheersstrategie ook toepasbaar moeten zijn binnen de gangbare teeltmethoden en bij geïntegreerde plaagbestrijding, zal het effect van chemische bestrijdingsmiddelen tegen T. absoluta op de geselecteerde natuurlijke vijand(en), op M. caliginosus en op het evenwicht tussen deze natuurlijke vijanden en T. absoluta in kaart worden gebracht. In het laatste projectjaar worden alle onderzoeksresultaten gebundeld tot een geïntegreerde controlestrategie ter beheersing van T. absoluta. Deze beheersstrategie zal vervolgens worden geëvalueerd onder semi-commerciële omstandigheden op de praktijkcentra.

Proefstation voor de Groenteteelt, Proefcentrum Hoogstraten, ILVO departement Plant en Gewasbescherming, Universiteit Gent Vakgroep Gewasbescherming
Els Berckmoes
Biocontrole, Horticultuur / tuinbouw, Pesticides, Toxicologie
Els Berckmoes
http://www.proefstation.be
Share this on