Probleem op deze pagina?

Additionaliteit

Recentste versie: 3
U ziet versie 3 (Vorige versie)

Voor nogal wat bedrijven is niet helemaal duidelijk wat additionaliteit juist is. Die additionaliteit staat vermeld in het aanvraagdossier. Bedrijven geven daarbij aan welke impact de steun heeft op het te realiseren project. In principe bestaan er drie vormen van additionaliteit: inputadditionaliteit, outputadditionaliteit en gedragsadditionaliteit.

1) Inputadditionaliteit bepaalt of de directe overheidssubsidies voor innovatie een positieve impact hebben op de onderzoeks- en innovatiebestedingen van een onderneming. De overheid ambieert immers met subsidies meer dan een verdringingseffect, waarbij de publieke middelen gewoon de plaats innemen van eigen middelen.

2) Outputadditionaliteit bepaalt of een bedrijf dankzij de subsidies extra output genereert die zonder de innovatiesteun niet tot stand zou zijn gekomen. Output omvat ondermeer octrooien, publicaties, nieuwe producten, maar evenzeer omzetgroei door de nieuwe producten.

3) Gedragsadditionaliteit is de moeilijkst meetbare component, maar daarom niet minder belangrijk. Deze factor bepaalt de impact van subsidies op gedragsveranderingen binnen een bedrijf resulterend in een innovatievere omgeving. Specifieke vragenlijsten, zoals b.v. de innovatieaudit van de Vlaamse Innovatiecentra, slagen erin om het innovatief karakter van bedrijven objectief vast te stellen.

In de publicatie What difference do IWT R&D grants make for their clients vind je een uitgebreide omschrijving van de verschillende additionaliteitsvormen.

Sleutelwoorden

Categorieën

Innovatiestimulering, Meten is weten / Studies